Building Conversation Amsterdam Oost

c: Devanté Notopawiro

Het gesprek tot kunst verheffen / Interview Lotte van den Berg / Filosofie Magazine maart 2018

Theatermaker Third Space / Lotte van den Berg vertelt in een interview met Filosofie Magazine over hoe gesprekken met vreemden kunst kunnen worden. Het gesprek tot kunst verheffen – door Claudia Galgau en Florine Keus.

Gespreksmarathon #amsterdam-noord 2017

In maart van 2017 kwamen we aan in Amsterdam Noord en organiseerden daar ons eerste gesprek op het Builkslotermeerplein. We kozen daar o.a. voor het Gesprek zonder woorden, geen gemakkelijke gespreksvorm.

“In het begin voelt het aan als ‘grof geschut’ in de categorie van non-verbale communicatiemiddelen, maar degenen die durven, staren hun onbekende kringgenoten ongegeneerd aan, secondenlang, soms ook minutenlang. Nieuwe lachuitbarstingen zijn het gevolg. Maar is het alleen maar grappig? Het lachen verraadt ook andere emoties dan alleen het pure plezier in het spel dat we spelen: twijfel, onmacht, stress, irritatie, onbegrip. Maar hoe kunnen we dan zwijgend het gesprek aangaan? Is er een soort tussenweg tussen iemand niet en wel aankijken?” – Deelnemer over het Gesprek zonder woorden.

In 2018 zetten we onze gespreksmarathon voort in Amsterdam Oost. Daar zullen we in april, juli en november vele gesprekken gaan voeren met buurtbewoners, buurtinitiatieven en lokale partners. Iedereen is hierbij welkom. Hou de agenda in de gaten of schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Ons experimentele gesprek heeft geen leiding, geen voorzitter, geen taboes en geen onderwerp.

Samen denken – een experiment is een open gesprek zonder leiding, taboe of onderwerp, bedacht door de natuurkundige David Bohm (1917-1992). Bohm ontdekte dat er in de natuur, ook als er een complete chaos lijkt te heersen, een onzichtbare orde bestaat. Zo lijkt er ook een degelijk verband te bestaan tussen de geestelijke wereld en de materiële.

Hij hoopte onder andere dat de mensen uiteindelijk tot de erkenning zouden komen van de essentiële onderlinge verwantschap van alle dingen en zich zouden aaneensluiten om een meer holistische en harmonische wereld op te bouwen.

Experimenten met gesprekken zoals we nu gaan voeren, hebben aangetoond dat er buiten of dwars door de gesproken discussie, een zekere consensus ontstaat tussen de deelnemers. Dat in het ongeleide en zelfs chaotische gesprek toch, schijnbaar vanzelf, een structuur ontstaat. Ons experimentele gesprek, heeft geen leiding, geen voorzitter, geen taboes en geen onderwerp. Het is al even bezig als ik binnen kom. Iemand brengt een verhaal in over een schoolmeisje dat zich in het Louvre erover verwondert, dat er een heel dure veiligheidsinstallatie is gebouwd om het schilderij van de Mona Lisa te beschermen en dat er voor haarzelf zoiets niet bestaat. Het gebeurde kort na terroristische aanvallen in haar stad Parijs. De vraag rijst of het hierbij gaat om de waarde van een mensenleven of om een ding.
Een volgend vraagstuk is dat van een Amsterdamse vader die zijn kinderen elke dag naar school brengt over een smal voetpad, vlak langs een, even smal, druk fietspad. Op het fietspad ligt een verkeersdrempel waarvoor scooterberijders afremmen. Voor zijn kinderen remt er niemand af, en die kunnen zomaar ineens even, per ongeluk, het fietspad oplopen. Vader zweet peentjes.

Angst
Er volgen vele reacties, de een nog praktischer dan de ander. Er komen ook opmerkingen over de gevaren waar we in dit leven mee te maken hebben. Hoofdthema lijkt te worden: veiligheid. Overal om ons heen wil men beveiliging, wijzelf ook natuurlijk. Maar dat mag weer niet betekenen dat die ten koste gaat van de privacy. Wat we hebben moet beveiligd worden. Beschermd, tegen terrorisme, tegen diefstal, tegen scooters op het fietspad, kinderen op het trottoir. Er wordt opgemerkt dat we met teveel zijn. We hebben teveel gedachten tegelijk. We hebben het over een angstcultuur.

Of cultiveren we de angst. Sommige kranten en andere media, of politieke partijen leven ervan. Iemand merkt op dat het een kwestie van een ‘mindset’ is. Je kunt er aan meedoen, of denken dat je kunt vallen, maar vooral weer opstaan en doorgaan. Er wordt opgemerkt dat je een privéluik kunt gebruiken. Even alle stemmen, alle gedachten [van anderen?] uitsluiten, maar je wel verbonden voelen met de anderen. Er zijn enkele deelnemers die vinden dat praten een vlucht is voor intimiteit. Anderen denken het tegenovergestelde. “Samen denken is moeilijk”, zegt iemand, “want als ik even nadenk over iets dat gezegd werd, gaat het gesprek in de groep alweer over iets anders”. Er valt een lange stilte. Er waren er al een paar, maar deze neemt zijn tijd.

Dan zegt een deelnemer, dat praten over ‘Wij’ nogal aanmatigend is, want daarmee wordt “ik” inbegrepen, “en ik wil niet dat iemand anders voor mij spreekt”. Weer iemand anders voelt zich steeds kwetsbaarder in dit gesprek, de ander juist weerbaarder. Iemand mist een doel, of bedoeling. Er wordt gezocht. We denken niet allemaal voor of uit onszelf, denken is niet alleen een heel particuliere bezigheid, we denken vaak hetzelfde. De groep begint samen te denken denk ik dan.

De stiltes gaan langer duren. Gaan we ‘samen’ denken? Het is alsof we ons moeten inhouden, zo stil is en zit iedereen. Vliegen afvangen is er in ieder geval niet bij. Stil zijn blijkt spannend te zijn. De spanning wordt doorbroken doordat iedereen gaat bewegen. Staan, rekken, springen en sommigen rennen rond.

Er volgen nog wat overdenkingen. Over de vraag of het 12 jarige meisje ook over haar eigen waarde of over haar eigenwaarde dacht, [ach het zijn subtiele verschillen]. En zouden we er dan anders over praten. Als je met elkaar praat, kun je je spiegelen aan de ander. Spiegelen omdat je in de ander jezelf ziet, of omdat we niet veel van elkaar verschillen, of in bepaalde overeenkomende situaties eender denken, of samen denken? De wekker gaat en kondigt het einde van het gesprek aan. Het word niet meer stil….

Stadsklas Hoog Catharijne Utrecht, 2016

Utrecht, 2016

Munchen, 2015

Lotte van den Berg

Gespreksbegeleider Floor van Leeuwen tijdens Building Conversation in Kortrijk

Er zijn geen woorden nodig om mensen te leren kennen en om ze aardig te vinden, lichaamstaal is genoeg.

Emmy Muller woont in Amsterdam Noord, is van origine Amerikaanse en heeft twee keer mee gedaan aan het Gesprek zonder woorden. “Ik zag jullie staan op het Buikslotermeerplein. Ik reed langs met mijn scootmobiel en zei: ‘Hallo, wat doen jullie hier?’
Het was op 4 mei, ik kwam net terug van de herdenking. Andreas vroeg of ik mee wilde doen en ik dacht: ‘Wat let me?’ Ik hou van nieuwe dingen.”

“Ik kreeg pijn in mijn kaken van het glimlachen. Tijdens de eerste 20 minuten van het gesprek wist ik geen ander gezicht te trekken dan een lachend gezicht. Het werd een soort grimas. Een masker waarmee ik mensen wilde laten zien dat ik het goed bedoelde, dat ik open stond voor dit gesprek.”

“Ik heb het uiteindelijk over me heen laten komen. Een deelnemer zat in elkaar gedoken, zij durfde zich niet open te stellen en kon niet ontspannen. ik heb haar mijn hand aangeboden en naar haar geknikt. Ik kon haar zo geruststellen. Terwijl ik zelf ook helemaal niet zo zeker was. Een open hand aanbieden is een goede manier om te laten weten dat iemand welkom is. Als je de hand wilt, kun je ‘m pakken, het is hier veilig.“

“In het tweede gesprek kwamen er herinneringen in mij naar boven. Hele nare herinneringen. Ik moest ontzettend huilen en ben naar buiten gelopen. Ik moest even bijkomen en mezelf herpakken. Je hoofd kan vreemde wegen inslaan als je stil bent en mensen alleen maar aankijkt. Herinneringen komen boven of je dit nou leuk vindt of niet. Ik kon in mijzelf en anderen naar binnen kijken, heel diep. Ik zag ook diepgeworteld verdriet bij een van de deelnemers. Dat was heftig. Ik heb er na afloop niet over gesproken, ik dacht dit is te erg. Maar misschien zag ik het verkeerd. Ik weet het niet.”

“Er werden glazen water gevuld, er werd geproost, deelnemers deden dit om het ijs te breken, of omdat ze zich geen houding aan wisten te nemen. Het is moeilijk en awkward met onbekenden in een ruimte te zijn en niet te spreken. Maar het is een goede oefening. Je leert de tijd te nemen om iemand te leren kennen. We oordelen veel te vaak op het eerste gezicht, dat is jammer, mensen verdienen een tweede blik of een derde.”

“Ik heb bij beide gesprekken hele goede begeleiding gehad. Er was veel uitleg en begrip. Rust en ruimte om te proberen, te wennen, te oefenen. Ik voelde me veilig. Zoals ik al zei moest ik erg huilen bij het tweede gesprek. Daar werd zeer fijn op gereageerd. Ik huil om spanning los te laten, ik wilde niet praten of getroost worden, en dat werd geaccepteerd. Toen ik uitgehuild was, ben ik weer terug het gesprek in gegaan. Dat kon gewoon. En dat was fijn.”

“Na afloop had ik het gevoel 20 nieuwe vrienden te hebben. Er zijn geen woorden nodig om mensen te leren kennen en om ze aardig te vinden, lichaamstaal is genoeg. Wat ik geleerd heb van dit gesprek is dat ik het kan. Ik was trots op mezelf en vond het leuk en moeilijk tegelijk. Uitdagend was het zeker.“

“Er wordt zoveel geschreeuwd vandaag de dag, we zouden niet moeten schreeuwen, maar met elkaar moeten praten. Door al dat geschreeuw kunnen we niemand meer verstaan. Trump is daar een heel goed voobeeld van, wat een afschuwelijk voorbeeld is hij. Ik denk dat steeds meer gewone mensen behoefte hebben aan een gewoon gesprek. Op een vriendelijke toon, een ander geluid. Of misschien is er behoefte aan een gesprek zonder woorden?”

Ik realiseerde me opnieuw hoe bottom-up processen werken.

Ik realiseerde me opnieuw hoe bottom-up processen werken. En hoe veel tijd die vergen. Maar ook hoe mooi dat kan zijn.

Het (On)mogelijke gesprek in Amsterdam Noord

Vanaf de ontmoetingsplek bij Huis van de Wijk De Meeuw liepen we langs de IJ-oevers naar Yogaschool Noord voor het (On)mogelijke gesprek over God.

De wereld gaat niet alleen over de mens.

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik wil het wel eens proberen.

Sheila Asefi, afkomstig uit Afghanistan, is buurtkok in de Modestraat. Voor Building Conversation heeft zij een aantal keren de maaltijd verzorgd. Ze deed mee met het Gesprek zonder woorden.

“Samen met de andere buurtkoks werd ik uitgenodigd om een keer mee te doen. Het was voor mij onduidelijk wat er precies ging gebeuren, maar ik dacht; ik heb het nog nooit gedaan, dus ik wil het wel eens proberen.

Alle deelnemers besloten gezamenlijk om het Gesprek zonder woorden een uur en een kwartier te voeren. De eerste 20 minuten vond ik heel moeilijk, ik kende niemand, behalve Fatima, een andere buurtkok. Na die 20 minuten zag ik mensen. Allemaal verschillend en met hun eigen verhaal, hun eigen gevoelens en ideeën. Er was een mevrouw die heel verdrietig was. Ik wilde haar troosten.

Van de meeste mensen kreeg ik veel informatie door, ook zonder woorden. Na afloop tijdens het eten kon ik mensen vragen stellen, de meeste informatie die ik door had gekregen klopte. Dat was heel bijzonder.

Mijn eigen verhaal heb ik gedeeltelijk kunnen vertellen. Ik ben lerares geweest in Afghanistan en hier in Nederland lange tijd social pedagogisch werker. Momenteel ben ik heel actief in de buurt en mijn kinderen en familie zijn alles voor me. Ik sta altijd voor iedereen klaar en dat kon ik tijdens het gesprek goed overbrengen. Mensen vertelden na afloop dat ze mij als heel vriendelijk, zorgzaam en behulpzaam hadden ervaren, ook zonder woorden.

Toen ik ’s avonds samen met Fatima naar huis liep, waren we een beetje giechelig, we moesten nog steeds een beetje lachen om het idee geen woorden te gebruiken. Ik was onder de indruk van de mensen die mee deden en dat er een plek voor mensen is waar je dit kunt meemaken. Het voelde goed en ik leerde tijdens het gesprek anders naar mensen te kijken. Je moet wel, je hebt geen woorden.

Twee weken later heb ik voor Building Conversation gekookt. Ik heb toen buiten op het Buikslotermeerplein aan voorbijgangers soep uitgedeeld en hen verteld over het Gesprek zonder woorden, hoe interessant het is en hoe anders. Ik heb mijn ervaring met hun gedeeld. Mijn blik is niet veranderd maar ik vond het een hele bijzondere ervaring die ik niet snel zal vergeten.”